Wees niet naïef, vrije samenleving en democratie zijn niet vanzelfsprekend!

Onze samenleving vindt haar oorsprong in de joods-christelijke traditie, het humanisme, de Verlichting en het liberalisme, fundamenten die hebben geleid tot een vrije en tolerante samenleving. Een samenleving waarin iedereen gelijkwaardig is, ongeacht je geslacht, seksuele geaardheid of geloof. Waar je het recht hebt om zelf te beslissen over zaken van leven en dood als abortus of euthanasie. Een samenleving waarin tolerantie naar andersdenkenden de norm is en kerk en staat gescheiden zijn. Waar je kunt kiezen welk geloof je wilt belijden, of niet te geloven. Dit zijn de waarden waar we voor gevochten hebben, waar we trots op zijn en die ons maken tot wie we zijn. We zien echter dat deze kernwaarden steeds meer onder druk komen te staan. Zo hebben de aanslagen in Parijs, Brussel en recent in Berlijn, aangetoond hoe religieus fanatisme de democratische rechtsorde kan bedreigen. Met tal van anti terreur maatregelen wordt getracht onze samenleving zo veilig mogelijk te houden. Die maatregelen strekken zich – naast repressieve maatregelen – ook uit tot het voorkomen van radicalisering. 

In onze samenleving zijn kerk en staat gescheiden. De overheid bemoeit zich in principe niet met geloofsgemeenschappen. Tegelijkertijd moeten wij onderkennen dat kerkgenootschappen ook een bedreiging kunnen vormen voor de (inter)nationale rechtsorde en de democratie. Zo zijn er recente voorbeelden van predikers die zich keren tegen onze samenleving en de waarden waar wij voor staan. Maar het gevaar zit dieper. Zo is denkbaar dat extremistische geloofsgroeperingen zich in de rechtsvorm van een kerkgenootschap organiseren en daarbinnen terroristische activiteiten voorbereiden en/of financieren. Willen wij onze liberale maatschappij met al deze vrijheden en waarden overeind houden, dan moeten wij onze grondrechten beschermen. 

Eén vorm van bescherming van onze vrijheden is artikel 20, Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel maakt dat rechtspersonen waarvan de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde verboden verklaard en ontbonden kunnen worden. Dit artikel geldt echter niet onverkort voor kerkgenootschappen, zelfs niet wanneer zij onze openbare veiligheid bedreigen met als doel de democratische rechtsorde te ondermijnen of omver te werpen. De VVD is van mening dat alle rechtspersonen die onverenigbaar zijn met onze rechtsstaat, verboden moeten kunnen worden. Zo kan, waar nodig, de ondermijning van onze rechtstaat een halt toe worden geroepen. 

De eerder genoemde scheiding van kerk en staat bestaat niet voor niets. Zo kan een religie nooit door de staat tot gewenst gedrag worden gedwongen en kan een religie nooit gewenst gedrag afdwingen. Die scheiding was ooit bedoeld om minderheden te beschermen. Vrijheid van godsdienst is een belangrijke waarde. Juist om die reden is het ontoelaatbaar dat mensen zich in dit land kunnen beroepen op een religie om onze openbare veiligheid te bedreigen. Als groepen de rechtsvorm van een kerkgenootschap misbruiken om zich actief tegen onze rechtsstaat te keren, moeten zij aangepakt kunnen worden. Wij moeten onze rechtsstaat daartegen kunnen verdedigen.

Het is van groot belang dat organisaties die – in de rechtsvorm van een kerkgenootschap – een bedreiging vormen voor onze openbare veiligheid, met als doel de democratische rechtsorde te ondermijnen of omver te werpen, kunnen worden aangepakt. Iedereen mag vinden dat onze democratie en onze waarden slecht zijn, maar als wordt opgeroepen tot ondermijnende acties, is dat ontoelaatbaar. Als binnen de rechtsvorm van een kerkgenootschap terroristische activiteiten worden voorbereid of gefinancierd, als wordt opgeroepen tot het omver werpen van de democratie of als boodschappen worden verspreid die aanzetten tot haat en geweld, moet deze organisatie kunnen worden ontbonden. Wij moeten ons als samenleving kunnen verweren tegen diegenen die de vrijheid van godsdienst, het recht op vereniging en de vrijheid van meningsuiting misbruiken om onze waarden en verworvenheden te ondermijnen of omver te werpen. Alleen dan kunnen wij onze democratie minder kwetsbaar maken en onze vrijheden borgen. 

Ik ben van mening dat wij ons niet langer alleen moeten richten op individuen, maar ook gericht moeten kijken naar extremistische groeperingen en ideologieën die onze vrije samenleving bedreigen. Als individuen een orthodoxe substroming van een religie aanhangen, dan is dat op zichzelf nog geen directe bedreiging voor onze samenleving. Dat valt wat ons betreft onder de vrijheid van godsdienst. Maar wanneer derden onder druk worden gezet en geweld als legitiem middel wordt gezien, dan moet de overheid ingrijpen. De VVD vindt dat alle vormen van extremisme die concreet een bedreiging vormen voor onze openbare veiligheid, bestreden moeten worden. Zeker wanneer het doel is om onze democratie te ondermijnen of omver te werpen. Dat geldt dus ook voor extremisten die de rechtsvorm van een kerkgenootschap misbruiken voor hun ondermijnende activiteiten. Groepsvorming stelt extremisten immers in staat om tot een hoge(re) mate van organisatiegraad te komen en een reële bedreiging voor de democratie te vormen.

Om die reden heb ik dan ook recent een initiatief wetsvoorstel ingediend waarmee in de wet wordt vastgelegd dat religieuze genootschappen die (in de rechtsvorm van een kerkgenootschap) een bedreiging vormen voor de rechtsorde en de democratie kunnen worden bestreden. Het gaat dan specifiek om het mogelijk maken om kerkgenootschappen in extreme gevallen verboden te kunnen verklaren en te kunnen ontbinden. Momenteel hebben kerkgenootschappen nog een uitzonderingspositie in het Burgerlijk Wetboek. Mijn initiatiefvoorstel schrapt die uitzonderingspositie van religieuze genootschappen, zoals nu nog geregeld in artikel 2:2 BW. Zo nemen wij de drempel weg om religieuze antidemocratische organisaties te kunnen verbieden op grond van artikel 2:20 BW. 

 De uitoefening van een grondrecht mag nooit praktisch onmogelijk worden gemaakt. Het is dan ook geenszins mijn bedoeling om het recht op vrijheid van godsdienst te beperken. Het is uitdrukkelijk niet bedoeld om religieuze genootschappen zomaar te verbieden, zelfs als zij opvattingen verkondigen en toepassen die voor grote delen van de Nederlandse samenleving controversieel zijn. Een dergelijk gebruik van de mogelijkheid tot verbodenverklaring zou immers de uitoefening van het grondrecht aantasten. Het staat in Nederland iedereen vrij om al dan niet lid te worden en te blijven van een religieus genootschap. Een verbodenverklaring van een religieus genootschap komt pas in zicht op het moment dat de werkzaamheden van het kerkgenootschap een bedreiging vormen voor de openbare veiligheid met als doel ondermijning of omverwerping van de democratische rechtsorde.

Onze democratie is een groot goed, wat we moeten koesteren maar ook moeten blijven onderhouden, weerbaar maken tegen nieuwe invloeden. Zonder democratie en zonder rechtsstaat, zijn onze grondrechten waardeloos. Wij moeten te allen tijde voorkomen dat die grondrechten worden misbruikt om onze vrije samenleving geweld aan te doen. Dat zou ieders opdracht moeten zijn.


Klik hier voor een link naar het originele artikel.