Imams hebben nog vrij spel in moskee

Opinie

Dagelijks spreken in ons land duizenden geestelijk verzorgers, rabbi's, priesters, imams, dominees en andere predikers hun geloofsgemeenschap toe. Dat is een groot goed, in een land met vrijheid van godsdienst. Voor de meeste geloven geldt dat de voorgangers een opleiding hebben gevolgd of een vorm van accreditatie hebben. Zo word je pas dominee na een opleiding theologie. Binnen de islam is dat anders. Iedereen kan zich imam noemen. In Turkije, Marokko en tal van andere landen worden imams opgeleid en geregistreerd. In Nederland is daarvan geen sprake.


Scheiding van kerk en staat is een groot goed in ons land. De overheid bemoeit zich niet met wat er in geloofsgemeenschappen gebeurt. De overheid gaat wél over veiligheid. En die veiligheid is potentieel in het geding. 

In Nederland zijn zo'n 400 imams actief. De meesten van hen doen gewoon hun werk. Helaas zijn er ook imams die met hun preken een voedingsbodem creëren voor radicalisering en daarmee een gevaar vormen voor onze veiligheid. Juist omdat eenieder zich imam mag noemen en er geen enkele vorm van registratie is, bestaat het risico dat het voeren van de titel imam een dekmantel wordt voor mensen die dit land zacht gezegd geen warm hart toedragen. 

Bepaalde beroepen vallen onder het verschoningsrecht, dat geldt voor artsen, advocaten en geestelijken. Zij kunnen weigeren een verklaring af te leggen over wat hun ter ore komt tijdens de uitoefening van hun beroep. Terecht. Een arts moet in vertrouwen kunnen spreken met zijn patiënt, een advocaat met zijn cliënt en een geestelijke met zijn volgeling. Een strafrechtelijk onderzoek naar deze 'verschoningsgerechtigden' moet daarom met meer waarborgen zijn omkleed. Zelfs al is er sprake van acuut gevaar zoals een terroristische dreiging. En terecht. Maar voorkomen dient te worden dat als politie of justitie een onderzoek wil verrichten naar een imam, hij zich kan beroepen op het verschoningsrecht, alleen door zich imam te noemen.

Sneller in beeld

Tegenover het verschoningsrecht moeten waarborgen vanuit de beroepsgroep zelf staan. Als een imam zich wil beroepen op het verschoningsrecht, mogen we van de islamitische geloofsgemeenschap een vorm van registratie en accreditatie verwachten. Ook de islamitische gemeenschap zelf heeft er baat bij om imams te registreren. Zo kan het kaf van het koren worden gescheiden. Omstreden imams zijn sneller in beeld en kunnen waar nodig worden aangepakt. 

Wij zouden het dan ook toejuichen als de islamitische gemeenschap hiertoe het initiatief neemt en een 'erkende' beroepsgroep creëert. Het opzetten van een register is geen taak van de overheid. De overheid kan er wel voor zorgen dat het verschoningsrecht niet wordt misbruikt.

 

Ockje Tellegen en Malik Azmani zijn woordvoerder Veiligheid en Justitie en woordvoerder Integratie voor de VVD in de Tweede Kamer.